Jonge Spanjaarden die betrokken waren bij de beweging van de‘indignados’ schreven me het volgende: "Wij weten niet water kan gebeuren als de situatie niet verbetert. Er zijn veelwerklozen die hun huisvesting en hun basisrechten kwijtraken (...)" (noot 6)
Marga (Spanje)
Een jaar na de bezetting van de Puerta del Sol, deed ik mee aan een demonstratie die gebruik wilde maken van humor, om op een grappige manier te protesteren. Toen de spanning tussen de demonstranten en de politie begon op te lopen, probeerde onze groep enerzijds waar mogelijk de lachlust op te wekken, en anderzijds een gewelddadig treffen tussen de twee partijen te voorkomen. Zo zoeken we steeds naar nieuwe vreedzame en grappige manieren van protest, die geen geweld oproepen. Het is zeker niet altijd makkelijk om je innerlijke vrede te bewaren in confrontatie met sommige acties van de politie. Maar al werkend, lachend en mijn ervaringen delend met vrienden, merkte ik dat ik langzamerhand een diepe en groeiende vrede begon te ervaren. Deze vrede ontspringt aan een bron die dieper reikt dan mijn eigen ik en verspreidt zich rondom mij. Weer terug in het leven van alledag, ervaar ik dat mijn leven niet alleen van mijzelf is, maar dat ik met anderen verbonden ben.
De geestdrift voor een nieuwe solidariteit wordt gevoed door diepgewortelde overtuigingen. De noodzaak om met elkaar te delen is er daar één van. Dit is een verplichting die gelovigen van verschillende religies bij elkaar kan brengen, en ook gelovigen en niet-gelovigen.
Simon (Duitsland)
Tijdens de voorbereiding van de Europese Ontmoeting in Berlijn, logeerde ik bij een gezin in Neukölln, een Berlijnse wijk waar veel immigranten wonen. In het begin maakte ik mij zorgen, omdat ik zoveel negatieve berichten had gehoord over die wijk.
Maar tijdens mijn verblijf ontdekte ik dat deze immigranten, die vaak worden beschouwd als de oorzaak van allerlei problemen, juist heel betrokken waren bij de voorbereiding van de ontmoeting. Zij waren het ook die me altijd heel vriendelijk begroetten. Ik sprak vaak met hen over de ontmoeting; ik nodigde hen uit om er ook aan deel te nemen, als zij dat wilden. Ze waardeerden dat heel erg en vonden het een mooi vooruitzicht dat deze ontmoeting duizenden jongeren vanuit heel Europa zou samenbrengen om enkele dagen samen te leven en te bidden, in vertrouwen, verzoening en vrede. Zij waren vaak heel verbaasd dat een Duitser hen uitnodigde voor een christelijke ontmoeting – dat hadden ze niet verwacht.
In diezelfde wijk was er een moslim-organisatie die hun vergaderruimte aanbood als slaapplaats voor de jongeren, als we niet genoeg gastgezinnen zouden kunnen vinden. Dat was voor mij echt een teken van verzoening, van een nieuwe onderlinge solidariteit tussen mensen. Als we echt verder willen komen op deze weg naar nieuwe vormen van solidariteit, moeten we immigranten altijd respectvol tegemoet blijven treden. En we moeten alles doe wat we kunnen om hen te helpen, zodat ze meer in onze samenleving kunnen integreren en hun weg kunnen vinden.
Solidariteit begint met naar de ander toe te gaan, ook als het met lege handen is. Wanneer we luisteren naar diegene die anders denkt dan wij en proberen hem of haar te begrijpen ... dan kan zich in een vastgelopen situatie al iets beginnen te veranderen.
Francesco (Italië)
Als vrijwilliger van Taizé, heb ik een reis gemaakt door Latijns-Amerika en daar in een grote stad een wijk bezocht waar heel arme gezinnen wonen. Hun huizen zijn heel klein en eenvoudig; soms delen 8 mensen één kleine kamer. Ze leven van de productie van bakstenen: elke dag maken ze stenen, bakken ze en verkopen ze dan aan bedrijven. Dat is hun enige manier om iets te verdienen… of eerder om te overleven. De kinderen lopen blootsvoets, wegens geldgebrek. Voor mij waren ze heel gastvrij. Samen met een vrijwilliger die in de wijk werkte en alle straatjes kende, heb ik enkele gezinnen bezocht. We hebben de hele middag met de kinderen gespeeld, die vrolijk en gelukkig waren: een teken van hoop in een moeilijke situatie.
