Korea

Een leven van verwachting

De Taizé broeders wonen al sinds 1979 in Seoul. Zij houden zich daar bezig met onderwijs, kunst en gevangenenzorg. Eén van hen vertelt hoe hij de situatie in Korea ervaart.

“Met mijn God spring ik over de muur”

In de loop der jaren hebben wij wortel geschoten in dit land. We zijn met veel mensen in contact. Als wij proberen ons leven te begrijpen, zijn we er ons altijd bewust van dat we slechts in één helft van het land leven. Korea bestond historisch gezien niet uit twee landen. Eeuwenlang was het één land. De verdeling tussen Noord en Zuid is het resultaat van de koude oorlog, die zich binnen Korea versterkte en leidde tot een verschrikkelijke oorlog tussen Noord- en Zuid-Korea. De opsplitsing is volstrekt onaanvaardbaar. Als je vanuit ons huis in Seoul 20 km. naar het noorden gaat, kom je bij prikkeldraad en versperringen uit. Je kunt daar niet meer verder gaan. Er zijn weinig plaatsen waar vandaan je Noord-Korea kunt zien. Het gebied tussen de twee landen is verboden gebied. Omdat je de mensen aan de andere kant zelfs niet kunt zien, kan je ze alleen aan God toevertrouwen. Maar het Koreaanse volk verlangt veel meer. Ik denk aan de psalmist, die bidt: “Met mijn God spring ik over de muur.” Wat zouden wij graag over deze muur willen springen!

Onlangs bezocht ik in een ziekenhuis een man van 85 jaar. Hij is dichter; hij was journalist. Hij groeide op in het Noorden. Voor de oorlog in Korea wilde hij zijn eerste gedichten publiceren. Toen bestond er al een ideologische censuur; zijn gedichten waren niet politiek correct. Op een dag begreep hij dat er niets anders opzat dan naar het Zuiden te vluchten en dat alles op het spel stond. Hij liet zijn jonge vrouw, zijn bejaarde moeder en zijn broer achter, die een katholiek priester was. Dat was in 1949. Hij wist toen niet dat hij ze nooit meer zou terugzien. Zijn vrouw kon korte tijd later ontsnappen, maar van zijn moeder en broer hoorde hij nooit meer. Het is zeker dat zijn broer in 1950 is gestorven.

Gedurende lange tijd leven we al met het Koreaanse volk in afwachting totdat er deuren opengaan. Meer dan vijftig jaar klopt het Koreaanse volk aan de deur van de verdeling die zijn gelijke niet kent in de wereld. De kerken zetten zich, voor zover mogelijk, in voor het Noorden. Veel mensen in het Noorden zouden willen ontsnappen en naar het Zuiden toe willen komen. Maar dit is geen oplossing. Het is erg ingewikkeld voor mensen die in het Noorden geleefd hebben, om zich te vestigen in de maatschappij van het Zuiden, die zo anders, verwarrend en moeilijk leefbaar is.

Wachten totdat de deuren opengaan

In ons leven is ook China altijd aanwezig. Seoul wordt omringd door prachtige, rotsachtige, heuvels. Maar je ziet ze niet als stof uit China ze bedekt. China wordt getroffen door enorme ecologische catastrofes. De verwoestijning in het noorden van China breidt zich elk jaar uit. Als de hele droge winter bëeindigd wordt door de lente, drijft de wind het woestijnzand nog verder dan Seoul. Hetzelfde fenomeen doet zich zelfs voor in Seattle en Vancouver. Zelfs in Noord-Amerika verduistert het zand uit China de hemel. Dit herinnert ons aan de aanwezigheid van China als buurland. Elke dag zijn er nu massa’s Chinese toeristen die Korea bezoeken. We ervaren dat er door het Chinese toerisme verwachtingen ontstaan. De Chinezen kunnen makkelijk Korea bezoeken, als ze geld hebben. Het is echter nog niet makkelijk om met Chinese christenen een uitwisseling tot stand te brengen, zoals men dit zou wensen. Je weet niet hoe lang dit zou kunnen duren. In onze gebedsdiensten bidden wij voor Noord-Korea en voor de Kerk in China.

Men is er zich te weinig bewust van dat Zuid-Korea een eiland is. Er is geen enkele weg door het gebied dat het land in tweeën deelt. De afstand van Seoul tot het zuidelijkste punt van het land is ongeveer gelijk als van Parijs naar Taizé: 400 km. Peking ligt ten noord-westen van Seoul, ofwel anderhalf uur vliegen, zoals van Taizé naar Londen. In het zuid-oosten ligt Shanghai, een enorme, ultra-moderne en erg dynamische stad. Dan heb je Taiwan en aan de andere kant ligt Japan. Dit land heeft Korea, China en andere landen veel laten lijden. Af en toe ontvangen we Japanners die zoeken naar verzoening. Altijd komt de vraag naar de verwondingen van de geschiedenis naar voren. Je kunt nooit weten hoe deze wonden kunnen genezen. We wachten met het volk totdat de deuren opengaan om over de muren te springen. Eigenlijk is heel ons leven in de fraterniteit een verwachting die beleefd wordt in het gebed.

“Het leven is mooi; deze wereld is goed”

Onder de mensen die ik van tijd tot tijd ontmoet is een weduwe van een dichter. Haar ouders werkten in Japan, in Hiroshima. Op 6 augustus 1945, vroeg in de ochtend, werd haar vader tezamen met vertegenwoordigers van alle families opgeroepen voor een grote bijeenkomst in het centrum. Om 8.06u. ontplofte de bom boven de plaats van de bijeenkomst. Er is geen enkele familie in Hiroshima die niet iemand verloren heeft.

Die dag verloor deze boeddhistische vrouw haar vader. Een paar weken later keerden ze terug naar Korea. Twee jaar geleden is ze voor het eerst teruggekomen naar Japan om in Hiroshima de plaats terug te zien. Ze heeft nooit de geringste wrok uitgedrukt tegen wie dan ook. Haar leven bestond uit het zorgen voor haar man, de dichter die een hele zwakke gezondheid had. Ze heeft haar leven gegeven voor deze man die ze sinds haar jeugd kende. Deze dichter werd in zijn jeugd aangehouden en zonder reden gemarteld. In 1970 dacht hij dat hij zou sterven. Toen schreef hij een gedicht dat vele Koreanen kennen. Het is als het ware een voorbereiding op de dood. Na al dit lijden, de marteling en zijn tanende gezondheid, zegt hij aan het eind van het gedicht: “De dag van mijn vertrek uit deze zo mooie wereld, zal ik terugkeren naar de hemel. Daar zal ik zeggen: het leven is mooi; deze wereld is goed.” Het is belangrijk om te weten dat een mens zo’n visioen kon ervaren. Johannes van het Kruis zegt dat alleen de liefde zal tellen. Het leven van deze man werd helemaal vervuld door zijn liefde voor zijn vrienden en kinderen. Hij hield veel van kinderen. Dit vermogen om over muren van haat en wrok te springen is kenmerkend voor Korea. Het is de ontdekking dat het leven mooi is, ondanks alles. Tot slot is dat hetgene dat het waard is gezegd te worden. Voor mij is genade om dit geleerd te hebben.

Bijgewerkt: 27 april 2005