Senegal

Vluchtelingen in Dakar

Een opvangcentrum voor vluchtelingen en immigranten

Kleinschalige projecten

JPEG - 19.6 kB

Op initiatief van de Taizé-broeders in Dakar werd er in 1995 in het kader van de kerkelijke Caritas-actie een opvangcentrum voor vluchtelingen en immigranten (‘Point d’Accueil pour Réfugiés et Immigrés’, P.A.R.I.) opgezet. De kerken en religieuze gemeenschappen van Dakar hebben dit centrum opgezet om hulp te verlenen aan het groeiend aantal ontheemden in de westelijke Hoorn van Afrika.

Vanaf het begin heeft het opvangcentrum P.A.R.I. de eigen verantwoordelijkheid van de stadsvluchtelingen willen benadrukken en de noodzaak om in hun eigen levensbehoeften te voorzien. Dit is gebeurd door ervoor te zorgen dat de vluchtelingen zo snel mogelijk werden opgenomen in het sterk ontwikkelde en zeer gevarieerde informele sociale circuit van Dakar.

De beste manier om dit te bereiken wordt gerealiseerd door de organisatie ‘Tout Petits Projets’ (T.P.P.). Deze organisatie van ‘kleinschalige projecten’ vraagt allereerst aan de vluchteling wat voor werk hij denkt te kunnen doen om te overleven in een situatie waarin hij niet steeds kan rekenen op de hulp van anderen. De vluchteling moet zelf deze vraag beantwoorden en zich volledig inzetten om de projectkeuze die hij maakt, tot een succes te brengen. Vervolgens wordt hem gevraagd een lijst en begroting op te stellen van alles wat hij aan materialen en eventueel voedingsmiddelen nodig denkt te hebben. P.A.R.I. beoordeelt het project, brengt verbeteringen aan en beloont systematisch initiatieven die op een of andere manier een meerwaarde hebben omdat de kandidaat het werk zelf uitvoert. Voorstellen die puur commercieel zijn, worden afgewezen.

De meest voorkomende projecten zijn o.a. het kappersvak, reparatie en fabricage van schoenen, bereiding van beignets, het oprichten van een wegrestaurant, werk in de haven of op de markt door aanschaf van een trekkar enz.

JPEG - 26.3 kB

De projectkosten bedragen niet meer dan 30.000 Afrikaanse franken (ongeveer 45 euro). Het betreft een gift, die niet terugbetaald hoeft te worden, maar ook nooit in geld wordt uitgekeerd. P.A.R.I. koopt het materiaal en geeft het aan de betreffende persoon.

Daarna blijft P.A.R.I. de opzet en uitvoering van het project volgen door, indien mogelijk, regelmatig contact. Dit is niet gemakkelijk door het mobiele karakter van de werkzaamheden van de meeste vluchtelingen. Degenen die met inzet en doorzettingsvermogen aan de slag gaan, krijgen na een jaar een tweede steuntje-in-de-rug, met name als ze een gezin moeten onderhouden.

Het succespercentage van ongeveer 60%, is niet slecht. Het komt wel voor dat een vluchteling andere werkzaamheden gaat uitvoeren met het geld dat hij int van de verkoop van het door P.A.R.I. verschaft werkmateriaal. Dit is op zich niet zo erg. Het gaat er tenslotte om dat ze op eigen benen komen te staan.

P.A.R.I. pretendeert niet dat de kleine projecten duurzame oplossingen bieden voor de problemen die vluchtelingen ondervinden, zelfs degenen die volhouden en jarenlang kunnen leven van hun projectinkomsten. Het gaat vooral om de bewustwording van de eigen verantwoordelijkheid en het is een praktische manier om de vluchtelingen in het zadel te helpen.

Soms valt de beginfase van een project samen met een periode waarin de vluchteling in een uiterst moeilijke situatie verkeert en dan moet hij allereerst geholpen worden in zijn eerste levensbehoeften, zoals voedselhulp. In zo’n situatie kan een project mislukken. Daarom wordt er naast de gevraagde materialen, ook een ‘voedselondersteuningspakket’ gegeven.

Voor personen die de zorg dragen voor een gezin, bestaat dit pakket uit 10 kilo rijst, 1 liter olie, 500 gram deegwaren, suiker, melkpoeder, zeep, en dat alles voor een bedrag van 6550 Afrikaanse franken (10 euro).

Wie zijn de vluchtelingen?

JPEG - 31.3 kB

Wie zijn de vluchtelingen die verspreid over heel de agglomeratie van Dakar te vinden zijn? De eerste jaren betrof het vooral gezinnen uit Rwanda die hun toevlucht hadden gezocht in de Centraal-Afrikaanse Republiek maar door de onlusten moesten vluchten. Verder jonge Kongolezen uit Brazzaville die om etnische redenen moesten vluchten of omdat hun familie aan de ‘foute’ kant stond bij de politieke conflicten. Ook waren er veel vluchtelingen uit Liberia die naar hun land probeerden terug te keren met de illusie dat de periode van vrede eindelijk was aangebroken, maar die opnieuw hun land moesten ontvluchten. Verder vluchtelingen uit Sierra Leone, die heel talrijk kwamen in de moeilijke jaren.

De laatste tijd komen er vluchtelingen uit vele andere landen en ze komen steeds minder groepsgewijs. Ze komen steeds meer in kleine losse verbanden en het wordt steeds moeilijker om de politieke vluchtelingen te onderscheiden van economische vluchtelingen of van gewone migranten. Allen beweren dat ze politieke vluchteling zijn.

Slechts 6% krijgt uiteindelijk de officiële vluchtelingenstatus. Alle anderen komen, na het verstrijken van de aanvraagperiode met een minimale juridische bescherming, niet in het bezit van een vreemdelingenkaart – daarvoor is een regelmatige baan nodig –, of een paspoort – daarvoor zijn contacten met de ambassade nodig maar die mijdt men.

Dakar is dus het paradijs voor de illegalen. Als ze zich rustig houden, ’s nachts niet op straat rondzwalken, geen contact hebben met drugshandelaren, dan kunnen ze jarenlang in Dakar leven zonder al te veel problemen met de politie. Maar soms kunnen ze de pech hebben opgepakt te worden bij een razzia om daarna enkele maanden in preventieve hechtenis te worden genomen. Na 6 maanden worden ze veroordeeld tot dezelfde tijdstraf als hun preventieve hechtenis heeft geduurd en wordt hun gevraagd het land te verlaten… wat ze uiteraard niet doen.

Een nieuwe situatie

JPEG - 25.6 kB

Sinds 2006 heeft de grote toevloed van clandestiene immigranten de situatie veel ingewikkelder gemaakt. Dit zijn de gelukzoekers die in prauwen de oversteek naar de Canarische Eilanden wagen. Het gaat hier vooral om jonge Senegalezen, maar ook om buitenlanders van wie men eerst dacht dat ze asiel kwamen aanvragen in Dakar, maar in feite slechts op doortocht waren.

P.A.R.I. wil deze dwaze avonturen niet aanmoedigen. Ze eindigen immers soms op tragische wijze en meestal monden ze uit in een gedwongen repatriëring. En wat een verspilling van energie en geld! Het geeft echter wel aan hoe gedesillusioneerd een deel van de Afrikaanse jeugd is die alle hoop heeft verloren en geen toekomst meer ziet in eigen land. Het mislukken van hun vluchtpoging is psychisch moeilijk te verwerken. Men schaamt zich en vaak blijft men achter met een grote geldschuld. Men komt zelfs jonge Senegalezen tegen die niet meer naar huis durven te gaan en zo a.h.w. vluchteling in eigen land worden. Ze voegen zich dan bij de andere migranten die geen kant meer op kunnen, in Dakar blijven hangen en zo goed en kwaad als het kan, zich proberen te redden, zoals trouwens zoveel inwoners van Dakar die er nauwelijks beter voorstaan.

Dit is een nieuwe uitdaging voor P.A.R.I. De gevolgen van de clandestiene emigratie, het lot van de gerepatrieerden en de opgepakte emigratieavonturiers – vaak willen ze niets anders dan een nieuwe poging ondernemen – stellen P.A.R.I. voor grote problemen. Wellicht zou het beter zijn om zich met andere hulpinstellingen te richten op onderwijs- en ontwikkelingsprogramma’s die jongeren weer hoop geven dat er toch zeker een toekomst voor hen ligt in Afrika. Tegelijkertijd moet men doorgaan met de begeleiding van al die jonge vluchtelingen die bitter en vele illusies armer moeten berusten in hun nederlaag.

Maar wat een geluk dat je dat in Dakar en niet ergens anders meemaakt! Deze stad is werkelijk bijzonder door de manier waarop het vreemdelingen welkom heet, vooral in de meest bescheiden milieus. Zeker, er valt weinig te delen, maar er heerst een grote tolerantie die zelfs tot nationale deugd is verheven. Dat is de fameuze ‘teranga’, hun woord voor welkom. En dit is geen leeg woord.

Bijgewerkt: 25 september 2007