Dinsdag 9 oktober
Gisteren en vandaag waren dagen met een overvol programma. We moeten onze werkruimte naar de jaarbeurshal overbrengen. Meer dan honderd buitenlanders uit Europa en Latijns-Amerika zijn al eerder aangekomen. Het is indrukwekkend te zien hoe verwachtingsvol iedereen aankomt en hoe hartelijk het welkom van de ‘Cochabambinos’ is.
Ongetwijfeld is dit een volk dat iedereen, waar hij ook vandaan komt, zich thuis laat voelen. Hun vermogen tot improvisatie is weergaloos. Het is beter niet al te veel te plannen en gewoon te kijken hoe een en ander zichzelf regelt. Gisteren bijvoorbeeld was het een zeer ingewikkelde toestand met de aankomsttijden: er waren vertragingen, misverstanden, maar hier wordt alles opgelost met twee of drie telefoontjes. Het reactievermogen van de mensen hier is verrassend.
Vandaag zijn we met zijn drieën op dezelfde tijd op drie verschillende informatiezenders aan het woord geweest; zo hebben we alle mensen in Cochabamba bereikt die televisie kijken vóór ze naar het werk of naar school gaan. Met als gevolg dat de twee telefoontoestellen van de ontvangstruimte de hele morgen maar bleven rinkelen: mensen die wilden helpen bij de ontvangst op woensdag of gezinnen die steeds maar weer onderdak aanboden. Er blijven nog veel zaken over die geregeld moeten worden en natuurlijk maken we ons wat zorgen over de ontvangst op woensdag, maar we hoeven maar te denken aan alle dingen die al geregeld zijn om onze angst ongegrond te verklaren. Evenals de mensen uit Cochabamba, verwelkomen wij met open armen… en we zullen, waar nodig, improviseren!
Woensdag 10 oktober
De ontvangst is al heel vroeg begonnen. Om 6.30 uur stonden al drie honderd mensen voor de ontvangstruimte te wachten, vooral groepen Peruvianen, Chilenen en Argentijnen.
In de loop van de ochtend liep de ontvangst gesmeerd en in alle rust, maar al naargelang de uren verstreken, zwelde de stroom aankomers steeds meer aan. Vanaf twaalf uur begonnen de ‘Cochabambinos’ toe te stromen, evenals de jongeren uit de omringende regio die diezelfde ochtend van huis vertrokken waren. Op dat moment begon het feest van de kleuren, vooral met de plattelandsjongeren die allen in traditionele klederdracht gestoken waren. De aartsbisschop was stomverbaasd toen hij de groep van een bepaald plattelandsgebied bij Cochabamba zag aankomen. Hetzelfde gebied waar hij een maand geleden naar toe werd geroepen na een dringend telefoontje van de pastoor. De bewoners hadden een dief vastgegrepen en omdat deze nog een ander delict had begaan en justitie niets had ondernomen, wilden de mensen de man lynchen. De pastoor was erin geslaagd om de uitvoering van de straf wat op te houden, maar slechts voor enige uren. De aanwezigheid van de aartsbisschop had de gemoederen wat gekalmeerd en zo kon de straf vermeden worden. De grote verrassing van vandaag was te zien hoe bijna al deze jongeren vol vreugde en gemotiveerd aan onze dagen van verzoening willen deelnemen.
Om 5 uur ’s middags lopen de rijen van de ontvangst en de thee in elkaar over en uiteraard gaan de meesten richting thee.
De duidelijkste ‘latino’- gebeurtenis op deze dag vond plaats op het tijdstip van het gebed: vijf minuten vóór begin valt al het licht uit. Na enkele reparatiepogingen, nodigden we de jongeren uit, met behulp van één enkele megafoon, om naar de gebedshal te gaan; en tijdens dit alles was het koor uit volle borst aan het zingen. De duizenden jongeren wisten toen een sfeer te scheppen die gebed en nog eens gebed uitademde. Ondanks alle emotie en de improvisatie, hebben we onze grote dorst naar gebed en ontmoeting volledig kunnen lessen. Ja, het is mogelijk om veel te doen met bijna niets!
Improvisatie, dat was ook schering en inslag bij de ontvangst waar vijf auto’s met hun koplampen de vijf plekken moesten verlichten die nodig waren voor het verdere verloop van de ontvangst.
De ‘final touch’ werd gegeven door de laatst aangekomenen: een enorme groep van 150 Chilenen uit Iquique, een kleine groep van 20 Argentijnen die afkomstig was uit een arme volkswijk die aan zijn lot wordt overgelaten, en 35 Brazilianen uit Chapeco die er een busreis van bijna drie dagen op hadden zitten, dwars door een groot gedeelte van Brazilië, Argentiniё, dwars door Paraguay en de helft van Bolivia. Op hun gezichten stond de vermoeidheid af te lezen, maar vooral ook blijdschap en meer nog: feestvreugde. Nadat de ontvangst geregeld was en terwijl iemand nog wat details aan het regelen was, werden plotseling muziekinstrumenten te voorschijn gehaald en veranderde de ontvangstruimte in een ruimte die alleen maar uitnodigde om te feesten. En dit zou zo lang door zijn gegaan, ware het niet dat een vrijwilliger van de vervoersteam aankondigde dat de bussen met draaiende motor klaar stonden om hen naar de gastgezinnen te brengen.
Donderdag 11 oktober
De kerken zien er nu anders uit: de banken zijn weg, er is minder licht dan gewoonlijk, er staan enkele afbeeldingen op het altaar en veel jongeren maken zich al vroeg op voor het gebed. De gebedsvieringen zijn eenvoudig en bescheiden van inhoud; de jongeren hebben ze zelf voorbereid, ze geven er klank en kleur aan en iedereen wordt er deelgenoot van gemaakt.
Nadat de kerkgemeenschap en de deelnemers zich kort hebben voorgesteld, gaan allen naar het ‘Campo Ferial’ voor het gebed. Het elektriciteitsspook blijft ons achtervolgen… maar alles wordt in het werk gesteld om het gebed goed te laten verlopen. Er is niet genoeg plaats in de gebedshal en buiten volgen jongeren aandachtig de gezongen liederen en luisteren ze naar het evangelie. De stilte is intens; men zou nooit hebben kunnen bevroeden dat een zo vrolijk en feestend volk in staat zou zijn tot zo’n verstilde bezinning. Het kan niet anders of er zit in hen een grote innerlijke diepgang.
Vanavond heeft frère Alois hen uitgenodigd “strijdbaar te zijn met een verzoend hart”.
Na een uitvoerige maaltijd wil iedereen aan de slag in de themagroepen die druk bezocht worden. Iedereen is aanwezig. Men kan voelen met hoeveel bezieling iedereen zijn geloof wil uitdragen en verdiepen. Wanneer de klokken oproepen tot het avondgebed, weerklinken de aarzelend ingezette gezangen in al hun uitbundigheid: “Nada te turbe, nada te espante… Sólo Dios basta” weerklinkt als nooit tevoren in de hal. Men zou wel de hele nacht door kunnen zingen…
Zaterdag 13 oktober
Iedereen is onder de indruk van de verscheidenheid van de deelnemers. Gisteren, tijdens de bijeenkomst waar de 32 landen zich voorstelden, was het één en al vreugde en applaus voor alle aanwezige landen en voor alle regio’s van Bolivia.
Vandaag was het middaggebed heel mooi. Wat iedereen raakt, is de stilte. Na afloop hoor je jongeren die zich in de rij voor de maaltijd opstellen, nog sommige liederen naneurieёn: “Dios es amor…”, “Nada te turbe…” Maar wat ze ongetwijfeld het vaakst inzetten, dat is het halleluja. Telkens wanneer in het gebed het evangelie of een andere tekst uit de bijbel wordt verkondigd, wordt het halleluja uit volle borst meegezongen.
Het is mooi om te zien hoe de voorbeden hier in Latijns-Amerika een fundamenteel bestanddeel zijn van de liturgie: voor de ander bidden staat centraal in elke viering. Het Kyrie eleison wordt even intens gezongen als het halleluja. Zonder twijfel hoort God ons gebed!
Vanmiddag zijn we bij elkaar gekomen per land en regio. De ontmoeting van de Bolivianen werd gezamenlijk door twee broeders en het nationale jongerenpastoraat geleid om zo aan te geven dat hetgeen deze dagen in gang is gezet, zijn vervolg vindt. De bijna driehonderd Chilenen hadden hun eigen ontmoeting. Aan het einde hiervan besloten ze om meteen een concreet gebaar van verzoening te maken: ze stonden met zijn allen op om naar de ontmoeting van de Bolivianen te gaan om hen te omhelzen en hun de vredeskus te geven. Een manier ook om hen te bedanken, maar vooral om vergeving te vragen voor alle problemen die zich tussen beide landen hebben voorgedaan.
De Brazilianen en de Europeanen hadden ieder hun eigen ontmoeting. Daarna was er de ontmoeting van de rest van Latijns-Amerika, waar driehonderd jongeren van heel het continent zich gebogen hebben over de vraag hoe ze de pelgrimage van vertrouwen kunnen voortzetten.
Er werden drie vragen meegegeven: “Hoe kan het gebed een centrale plaats innemen in mijn inzet voor geloof en kerk?”; “Meer en beter naar anderen luisteren en zich in hun situatie verplaatsen”; “Naar de allerarmsten toegaan ook al zijn de middelen beperkt”.
’s Avonds had frère Alois het over de vriendschap die God ons schenkt. Hij gaf aan elk land uit Latijns-Amerika en aan elk departement uit Bolivia de vriendschapsicoon:
“Deze icoon zal jullie helpen om ‘kleine pelgrimages van vertrouwen’ te ondernemen waar jongeren elkaar ontmoeten, van de ene stad naar de andere, van de ene kerk naar de andere, in een ziekenhuis of een opvangcentrum voor straatkinderen, en op andere plaatsen waar mensen het zwaar hebben.
Door dit eenvoudige symbool van vriendschap, kunnen jullie het Goede Nieuws van het evangelie verspreiden en kunnen jullie de missionaire dimensie van ons geloof persoonlijk beleven.”
Zondag 14 oktober
Dag van vertrek. Opnieuw staan er overal tassen! De eucharistie begon om 11 uur ’s morgens. Opnieuw het verbazingwekkende moment van stilte en bezinning, terwijl deze mensen toch bekend staan om hun levendige drukte. In zijn overweging sprak de bisschop van Cochabamba, Mgr. Tito Solari, over de drie lessen die de ontmoeting had opgeleverd. In de eerste plaats is Jezus de gids, de metgezel onderweg en het gebed en de stilte zijn de ontmoetingsplaatsen bij uitstek. Vervolgens nodigde hij de jongeren uit om in hun eigen omgeving ‘microklimaten van verzoening’ te creëren. En tenslotte zei hij met zachtmoedigheid, maar ook met aandrang dat jongeren hun verdere leven zo moeten inrichten dat ze, als ze later erop terugkijken, zien dat ze sporen in de geschiedenis hebben achtergelaten.
Op het einde van de eucharistie stonden de Chilenen erop de bisschop een brief te overhandigen. Het was een open brief van de jonge Chilenen voor de jongeren uit Bolivia waarin ze vergeving vroegen. Dat was het ontroerendste moment van de ontmoeting. Men kan niet zeggen dat er hard geapplaudisseerd werd, omdat de handen van eenieder druk in de weer waren om de tranen van vreugde uit te wissen.
Alles eindigde met de vredesgroet die, na de zegen, voor het einde werd bewaard. Het is goed dat de ontmoeting zo eindigde. Het laatste woord dat velen ons bij vertrek toevoegden, was: “Ik wens je vrede!”
