De dood van frère Roger: waarom?

In veel van de brieven en reacties die wij in augustus 2005 ontvingen, werd de dood van frère Roger vergeleken met de dood van Martin Luther King, bisschop Romero of Gandhi. Toch valt het niet te ontkennen dat er ook een verschil is. De anderen zetten zich in voor een politieke of ideologische overtuiging. Zij werden vermoord door tegenstanders die hun mening en invloed niet konden verdragen.

Sommige mensen vinden het zinloos om te zoeken naar een verklaring voor de aanslag op frère Roger. Het kwaad onttrekt zich per definitie aan iedere verklaring. Een rechtvaardige zegt in het Oude Testament dat hij gehaat wordt ‘zonder reden’ en Johannes legt Jezus dezelfde uitspraak in de mond: “Ze hebben mij zonder reden gehaat.”

En toch… In het contact met frère Roger, trof mij één aspect van zijn persoonlijkheid altijd in het bijzonder: frère Roger was een onschuldige. Ik vraag me af of dat niet verklaart waarom hij het mikpunt werd. Niet dat hij geen fouten zou hebben. Maar een onschuldige is iemand voor wie dingen een vanzelfsprekendheid hebben die zij voor anderen niet hebben. Voor een onschuldige is de waarheid vanzelfsprekend. Zij is niet afhankelijk van bewijs. Hij ‘ziet’ haar als het ware vanzelf en kan maar moeilijk beseffen dat anderen daar meer moeite voor moeten doen. Wat hij zegt, is voor hemzelf helder en duidelijk en hij verbaast zich erover dat anderen dat niet ook zo aanvoelen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat hij zich vaak machteloos of kwetsbaar voelt. Toch is zijn onschuld in het algemeen niet naïef. De werkelijkheid heeft voor hem niet dezelfde ondoorzichtigheid als de anderen. Hij ziet er doorheen.

Als voorbeeld noem ik de eenheid van de christenen. Voor frère Roger was het duidelijk dat die onmiddellijk tot stand gebracht moest worden, omdat Christus deze eenheid wilde. De argumenten die men daar tegenin bracht, beschouwde hij slechts als menselijke theorieën. Voor hem was de eenheid van de christenen bovenal een kwestie van verzoening. En in de grond had hij gelijk. Want wij vragen ons veel te weinig af of wij wel bereid zijn om de prijs voor die eenheid te betalen. Als verzoening ons niet raakt tot in ons diepste wezen, mag het dan nog ‘verzoening’ heten?

Men zei wel eens over frère Roger dat hij niet op een theologische manier dacht. Maar had hij niet een veel helderder visie dan degenen die dat zeiden? Eeuwenlang hadden de christenen behoefte om hun verdeeldheid te rechtvaardigen. Ze hebben zo de onderlinge tegenstellingen kunstmatig vergroot en brachten, vaak bijna onbewust, een proces van rivaliteit op gang. De vanzelfsprekendheid van de eenheid ontging hen. Ze zagen er niet ‘doorheen’. Voor hen leek eenheid onmogelijk.

Frère Roger was een realistisch mens. Hij hield rekening met wat er niet te realiseren viel, vooral op institutioneel niveau. Maar daar kon hij het niet bij laten. Zijn onschuld gaf hem een heel bijzondere overtuigingskracht, die hij uitoefende met een zachtmoedigheid die zich nooit gewonnen gaf. Tot het einde toe zag hij de eenheid van de christenen als een kwestie van verzoening. En verzoening is een stap die iedere christen kan zetten. Als iedereen die stap inderdaad zou zetten, dan zou de eenheid heel dichtbij zijn.

Er was nog een ander gebied, dat frère Roger op deze bijzondere wijze benaderde. Hier wordt wellicht de radicaliteit die hij als persoon bezat, nog beter zichtbaar: alles wat de liefde van God in twijfel kon trekken, was onverdraaglijk voor hem. Dat raakt aan een heel direct begrip van wie God eigenlijk is. Het was niet zo dat hij weigerde om na te denken. Maar hij was er van binnenuit heel sterk van overtuigd dat een bepaalde ‘correcte’ manier van spreken – bijvoorbeeld over de liefde van God – in feite juist verwarring schept. Mensen die nog onervaren zijn in het geloof, krijgen dan geen helderheid over wat ze van Gods liefde mogen verwachten.

Frère Roger legde veel nadruk op de fundamentele goedheid van de mens. Dit moeten we in hetzelfde licht zien. Hij maakte zich geen illusies over het kwaad. Van nature was hij eerder kwetsbaar. Hij was er echter van overtuigd dat God een God van liefde en vergeving is, die weigert om terug te komen op het kwaad. Elke keer wanneer er daadwerkelijk vergeving plaatsvindt, wordt een mens in de kern van zijn hart aangeraakt. Die kern is geschapen voor de goedheid.

Paul Ricœur werd getroffen door deze nadruk op goedheid. Hij vertelde ons eens, toen hij in Taizé was, dat hij daarin de zin van religie zag: “De fundamentele goedheid van de mens bevrijden, haar weer aan het licht brengen op plekken waar ze zorgvuldig was verstopt.” In het verleden verkondigden bepaalde christelijke stromingen herhaaldelijk en met nadruk dat de mens van nature door en door slecht is. Dit gebeurde om te benadrukken dat vergeving geheel en al afhankelijk is van genade. Maar door deze manier van denken, zijn velen van het geloof verwijderd geraakt. Zelfs wanneer zij hoorden spreken over liefde, kregen zij de indruk dat er aan die liefde voorwaarden werden verbonden en dat de vergeving die werd beloofd, niet volledig was.

Daarin ligt misschien wel het kostbaarste van frère Rogers erfenis: dit gevoel voor liefde en vergeving; twee werkelijkheden die voor hem vanzelfsprekend waren. Hij begreep ze met een directheid die ons vaak ontsnapt. Op dit gebied was hij echt de onschuldige: altijd eenvoudig, zonder verweer, het hart van de ander lezend, in staat tot vergaand vertrouwen. Dit was te zien in zijn prachtige gezichtsuitdrukking. Frère Roger voelde zich bijzonder op z’n gemak met kinderen. Dat komt omdat zij dezelfde directheid bezitten. Zij kunnen zichzelf niet beschermen. Zij kunnen geen ingewikkelde dingen geloven. Zij laten zich recht in het hart raken.

Het was zeker niet zo dat frère Roger nooit twijfelde. Daarom hield hij ook van de woorden: “Laat de duisternis niet tot mij spreken!” Want die duisternis, dat zijn de influisteringen van de twijfel. Zijn twijfel tastte echter de vanzelfsprekendheid waarmee hij de liefde van God ervoer niet aan. Misschien was het juist wel die twijfel die een taal zonder dubbelzinnigheid vereiste. Die vanzelfsprekendheid speelde zich niet af op intellectueel niveau, maar veel dieper, op het niveau van het hart. En zoals alle dingen die niet kunnen worden ondersteund door sterke argumenten of stevige zekerheden, was die vanzelfsprekendheid noodzakelijkerwijze breekbaar en kwetsbaar.

In de evangelies zien wij dat de eenvoud van Jezus mensen stoort. Sommige toehoorders voelden zich er onzeker door. Het was alsof hun diepste gedachten plotseling werden onthuld. Jezus’ klare taal en zijn gave om het hart te doorzien, vormden voor hen een bedreiging. Een mens die zich niet laat opsluiten in conflicten, vormt voor sommigen een gevaar. Zo’n mens fascineert, maar de fascinatie kan gemakkelijk omslaan in haat.

Ongetwijfeld heeft frère Roger mensen gefascineerd door zijn onschuld, zijn directe begrip, zijn blik. Ik denk dat hij zich er ook van bewust was dat die fascinatie kon omslaan in wantrouwen of agressie. Voor iemand die onoplosbare conflicten in zich draagt, moest zijn onschuld wel onverdraaglijk worden. Daarom was het niet genoeg om die onschuld te bespotten. Ze moest uitgeschakeld worden. De arts Bernard de Senarclens schreef ons: “Een te sterke lichtbron is niet altijd goed te verdragen. Ik denk dat de uitstraling die er van frère Roger uitging, verblindend kon zijn. In dat geval blijft er geen andere oplossing over dan het uitdoven van die lichtbron door haar te verstikken.”

In dit artikel heb ik een aspect willen belichten van de eenheid die het leven van frère Roger vormde. Zijn dood heeft op mysterieuze wijze een zegel gedrukt op wat hij altijd geweest is. Want hij werd niet om het leven gebracht vanwege een of andere zaak die hij verdedigde. Hij werd vermoord om wie en wat hij was.

Frère François van Taizé

Printed from: http://www.taize.fr/nl_article3795.html - 26 April 2019
Copyright © 2019 - Ateliers et Presses de Taizé, Taizé Community, 71250 France