ʻLeren om te levenʼ

Schooltjes rond Mymensingh

Sinds vele jaren leven broeders van Taizé in Bangladesh. Ze hebben schooltjes opgericht voor kinderen uit zeer arme gezinnen, hindoes, moslims en christenen.

In Mymensingh leven duizenden studenten. Velen zijn afkomstig uit veelal arme gezinnen uit dorpen en gehuchten in de regio ; sommigen behoren zelfs tot de eerste generatie die kan lezen en schrijven. En velen van hen hebben financiële ondersteuning nodig om de studie te kunnen voortzetten. Daarom hebben de broeders in Mymensingh 25 jaar geleden een kleinschalig beurzenhulpfonds opgericht. Wat begon als een eenvoudig gebaar van soldiariteit met arme studenten, heeft zich langzamerhand verder ontwikkeld. Kortom, men zou de basisgedachte als volgt kunnen samenvatten: “als je iets gratis ontvangt, zou je ook gratis moeten geven.”


Ieder die een beurs ontvangt, wordt uitgenodigd om iets voor anderen te doen. Sommigen gaan lesgeven op basisscholen, anderen begeleiden dagelijks kinderen, zetten zich in voor gehandicapten en verzorgen andere taken. Deze studenten zijn moslim,christen of hindoe, man of vrouw en behoren tot minstens vijf verschillende etnische volksgroepen. Door samen te werken, leren ze elkaar kennen en sluiten vriendschap. Elk jaar nemen ze deel aan een christelijke gebedsdienst, een moslim iftar (afsluiting van de vastenperiode tijdens de Ramadan) en aan de puja (viering) van Saraswati, hindoegodin van de studie. Deze jongeren geven veel van hun tijd aan deze schooltjes en ze worden op de middelbare scholen in de omgeving gewaardeerd door oudere en gekwalificeerde leerkrachten. Samen arme mensen te hulp komen, bevordert het menselijk samenhorigheidsgevoel. Tijdens de maandelijkse ontmoetingen, worden ze gestimuleerd om een innerlijke houding te ontwikkelen van rechtvaardigheid, vrede en liefde voor de armen en van respect voor de godsdienst en de cultuur van iedereen. Dat is een wezenlijk bestanddeel voor verdere ontwikkeling.

“Leren om te leven” betreft niet alleen wat we kunnen leren uit boeken, maar vooral ook van elkaar en dan zowel van mensen met weinig of geen universitaire opleiding, als van dichters en kunstenaars, om zo wellicht de eigen kunstzinnige talenten te ontdekken en een genereus mens te worden. Het is belangrijk een gezond verlangen naar persoonlijke ontwikkeling te combineren met respect voor de zwaksten en solidariteit met eenieder.
“Leren om te leven” houdt ook in dat men elkaar een beetje beter leert kennen door open discussies en onderlinge herkenning van gevoelens en angsten”. “Leren om te leven” is zeker moeilijk te combineren met de heersende onderwijsstijl in Bangladesh, maar toch ook weer niet onmogelijk. In deze scholen zijn onderwijsgevenden en leerlingen onderhevig aan een leerproces. Onderwijsgevenden leren een lesplan op te stellen, het toe te passen in een lesprogramma en het klasgebeuren ordelijk te laten verlopen. Ze leren hoe ze met ouders en collega’s kunnen samenwerken, hoe ze studievorderingen kunnen bepalen en hoe ze kinderen vooruit kunnen helpen. De kinderen leren alle vakken vanuit de door de regering verstrekte schoolboeken. Maar ze hebben ook meer cultureel bepaalde lessen, zoals zang en toneel, en volgen lessen in vredesbevordering en conflictbeheersing.

Dit programma draait al méér dan twintig jaar en wordt betaald vanuit bijdragen van vrienden en sympathisanten. Zo blijven de scholen een teken van wat we samen kunnen doen, zonder er veel voor terug te vragen. Jaar na jaar hebben we dit programma kunnen uitvoeren. Voor 1600 kinderen van onze scholen heeft dit hun leven veranderd. Studenten zijn nu werkzaam in vijf scholen. Vijf schooltjes en rond de vijftig leerkrachten betekenen op zich niet zoveel, maar wij doen wat mogelijk is met onze beperkte middelen.

In Bangladesh is er grote behoefte aan basisonderwijs op het platteland en in de voorsteden met hun chaotische woonsituatie. Er leven hier heel veel mensen en ook al probeert de regering scholen te stichten en leerkrachten te rekruteren, toch groeien veel kinderen nog op zonder enige scholing. Het is vanzelfsprekend om aan degenen die een kleine beurs krijgen, te vragen om les te geven aan deze kinderen. In het begin betrof het slechts een handvol. Wat begon met enkele uren les, is langzamerhand uitgegroeid tot normale basisscholen waar de studenten zelf samen de verantwoording dragen. Een broeder vertelt het verhaal van de eerste school in Binpara aan de overzijde van de Brahmapoutra:

“We zijn ons eerste schooltje gestart in 1988 in Binpara, een dorp met overwegend Hindoes aan de overzijde van de rivier. Men dronk er veel, men vocht er vaak en sommige mannen waren compleet gokverslaafd. We hebben een huisje gebouwd (met wanden van bamboe en met een plaatijzeren dak) op een braakliggend stuk terrein bij de rivier. Met veel aarzeling, begonnen de eerste kinderen te komen. Elke morgen ging de leerkracht van huis tot huis om de ouders aan te moedigen hun kinderen naar school te sturen. De ene dag kwamen ze en de volgende dag bleven ze thuis...Het is ons gelukt om het eerste groepje tot het einde van het eerste jaar bij elkaar te houden. Daarna gingen de kinderen naar de tweede klas: de slag was gewonnen ! Langzamerhand veranderde de houding van de hindoe- en moslimouders. Ze accepteerden om naar school te komen en te praten over hun alcohol- en gokproblemen en over huiselijk geweld. Ze begonnen elke week wat geld te sparen wat ze ons in bewaring gaven. Moeders kwamen leren borduren en hoe ze de kleren van hun kinderen konden herstellen. De vaders begonnen zich te interesseren voor hun kinderen en kwamen ook naar de school, die zo steeds méér het dorpscentrum werd. Na enige jaren moest de school verplaatst worden vanwege het erosiegevaar door de rivier. Nu is dat gedeelte van het dorp compleet verdwenen. De nieuwe school heeft méér dan 400 leerlingen uit de directe en wat wijdere omgeving;sommigen zijn hindoe, de meesten moslim en ze worden begeleid door 18 jonge onderwijzers. Telkenjare hebben we de school gerepareerd na overstromingen en al naargelang de behoefte uitgebreid. De door ons geplante bomen zijn gegroeid en de school gaat steeds méér op in het omringende landschap. Ook de mentaliteit is ten goede veranderd. Alle ouders dragen nu iets bij in de onkosten van de school. Ze begrijpen het belang van onderwijs en hoe wij erover denken.”

Printed from: http://www.taize.fr/nl_article13984.html - 19 October 2019
Copyright © 2019 - Ateliers et Presses de Taizé, Taizé Community, 71250 France