Bijbelteksten met uitleg

Hieronder wordt een bijbeltekst voorgesteld om het zoeken naar God ook in het dagelijks leven door stilte en gebed te ondersteunen. Neem tijdens de dag wat tijd om in stilte de voorgestelde bijbeltekst te lezen met de korte uitleg en vragen. Vervolgens kun je in een kleine groep van 3 à 10 personen samenkomen om kort met elkaar te delen wat ieder ontdekt heeft. Dit kan eventueel afgesloten worden door een tijd van gebed.

JPEG - 31.8 kB

De bijbeltekst op deze pagina is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
2021

september

Matteüs 12:46-50: Leven als broeders en zusters
Terwijl Jezus nog met de mensen in gesprek was, dienden zich buiten zijn moeder en zijn broers aan. Ze vroegen Hem dringend te spreken. Iemand zei tegen Hem: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten, ze willen u spreken.’ Hij antwoordde: ‘Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broers?’ Hij maakte een gebaar naar zijn leerlingen en zei: ‘Zij zijn mijn moeder en mijn broers. Want ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder.’ (Matteüs 12:46-50)

Wat willen de moeder en de broers van Jezus Hem zeggen als ze bij het huis komen waar Hij zich bevindt? Wat zoeken ze daar buiten, zoals de tekst zegt? Na een tijdje komt iemand Jezus zeggen dat ze er zijn: ‘Uw moeder en uw broers staan buiten, ze willen u spreken.’ Als Marcus dit verhaal vertelt (Mc 3:31-35), staat de context nog meer onder spanning. Slechts enkele verzen eerder horen we hoe de familieleden van Jezus Hem onder dwang mee willen nemen, omdat Hij volgens hen zijn verstand had verloren.

Deze evangelietekst laat op een verrassende manier zien hoe de vraag naar broederschap – ’wie zijn mijn broers?’ – aan bod komt op dit moment in het leven van Jezus. Wat een beproeving voor Hem! Jezus hield ongetwijfeld intens veel van zijn moeder en zijn broers. Deze gebeurtenis moet Hem veel gekost hebben, maar Hij kon niet anders. Om het komende Koninkrijk te ontvangen en er getuige van te worden, moet het menselijk hart wijder worden en moeten onze menselijke relaties, ook en misschien zelfs vooral onze diepste relaties, zich verbreden. Vaak kan het Rijk dus enkel groeien te midden van uitdagingen en spanningen – die Jezus pertinent niet uit de weg gaat.

In deze korte tekst worden de woorden ’moeder’ en ’broers’ elk vijf keer herhaald, waarvan drie keer door Jezus zelf. Het lijkt wel een waterval van woorden. Als je deze tekst hoort voorlezen, zou je zeggen dat de mogelijkheid van een heleboel moeders en broers al wordt gesuggereerd. Jezus voegt daar zelf aan het eind nog een keer het woord ’zuster’ aan toe. Het Koninkrijk ontvangen en ervan getuigen, bestaat ook in het plaats maken voor iedereen en niemand vergeten.

Een gebeurtenis in het midden van de tekst lijkt belangrijk: Matteüs zegt dat Jezus, nadat Hij heeft gevraagd ‘Wie is mijn moeder en wie zijn mijn broers?’, een gebaar maakt naar zijn leerlingen. Marcus zegt dat Jezus de mensen aankeek die in een kring om Hem heen zaten. In beide versies laat de tekst niet enkel Jezus horen, maar nodigt ons ook uit om te kijken naar de andere aanwezigen – om hen ons voor te stellen. Wie zijn die mensen rondom Hem? Het Evangelie toont ons geen gedetailleerd beeld, maar geeft wel aanwijzingen. Het was hoe dan ook een heel diverse groep. Vaak noemt Jezus hen ’deze kleinen’. Als leerlingen van Jezus moeten wij leren met Hem mee te kijken en zo zijn gebaar te volgen dat ons eraan herinnert dat deze of die mens, ver weg of dichtbij, wel degelijk onze broer of zus is, ja, degene die dáár zit ook...

Na dit gebaar van Jezus naar zijn leerlingen, zegt Hij: ‘Zij zijn mijn moeder en mijn broers. Want ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder.’ De wil doen van de Vader, daarvan getuigt Jezus in dit verhaal en in heel zijn leven. Iedereen die bij Hem komt, die Hij ontmoet, wordt zonder uitzondering zijn broer, zijn zus en openbaart zich, net als Hij, als veelgeliefd kind van de Vader. Maar van daaruit begrijpen wij ook dat de woorden ’broer’ et ’zus’ niet zomaar titels zijn. Als wij de wil van de Vader willen doen, betekent dat tegelijkertijd dat wij broers en zussen van elkaar zijn en dat we het steeds meer moeten worden. Wij zijn broers en zussen in de mate dat wij dit elke dag proberen te worden en zoeken naar wegen om elkaar te aanvaarden en ieder te erkennen in haar of zijn eigenheid.

- Probeer je jezelf eens voor te stellen in dit verhaal als je tussen de familie van Jezus zit, en ook als je tussen de menigte zit, of ver van Jezus af staat. Wat roept dat bij je op?

- Als je nu om je heen kijkt en daarmee als het ware de blik en het gebaar van Jezus volgt, wat zie je dan? Welke mensen mag je dan erkennen als broers of zussen?

- Door welk gebaar, welk woord of welke houding kan jij vandaag broederschap beleven?



Andere bijbelteksten met uitleg:

Printed from: https://www.taize.fr/nl_article173.html - 26 September 2021
Copyright © 2021 - Ateliers et Presses de Taizé, Taizé Community, 71250 France