Bijbelteksten met uitleg

Hieronder wordt een bijbeltekst voorgesteld om het zoeken naar God ook in het dagelijks leven door stilte en gebed te ondersteunen. Neem tijdens de dag wat tijd om in stilte de voorgestelde bijbeltekst te lezen met de korte uitleg en vragen. Vervolgens kun je in een kleine groep van 3 à 10 personen samenkomen om kort met elkaar te delen wat ieder ontdekt heeft. Dit kan eventueel afgesloten worden door een tijd van gebed.

JPEG - 31.8 kB

De bijbeltekst op deze pagina is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
2021

Januari

Ik ben het Leven: Johannes 11:21-27
Marta zei tegen Jezus: ‘Als u hier was geweest, Heer, zou mijn broer niet gestorven zijn. Maar zelfs nu weet ik dat God u alles zal geven wat u vraagt.’ Jezus zei: ‘Je broer zal uit de dood opstaan.’ ‘Ja,’ zei Marta, ‘ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan.’ Maar Jezus zei: ‘Ik ben de opstanding en het leven. Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in Mij gelooft zal nooit sterven. Geloof je dat?’ ‘Ja Heer,’ zei ze, ‘ik geloof dat u de messias bent, de Zoon van God die naar de wereld zou komen.’ (Johannes 11:21-27)

Als Jezus, vier dagen nadat Martha’s broer Lazarus is gestorven, in Betanië aankomt, gaat ze Hem tegemoet. Zij en haar zus Maria hebben met smart op Hem gewacht, nadat ze Jezus al enkele dagen eerder hadden laten weten dat Lazarus ziek was. “Als u hier was geweest, zou mijn broer niet gestorven zijn,” zegt Martha Hem ronduit. Ze begrijpt niet waarom Jezus zo lang heeft gewacht. Dan voegt ze er de intrigerende uitspraak aan toe: “Maar zelfs nu weet ik dat God u alles zal geven wat u vraagt.”

In het Palestina van de eerste eeuw hadden niet alle Joodse gelovigen dezelfde ideeën over de verrijzenis. Sommigen, zoals de Sadduceeën, beweerden dat er helemaal geen verrijzenis mogelijk was, of dat er tenminste niets zinnigs over was te zeggen. Anderen, zoals de farizeeën, geloofden in de verrijzenis, maar waren het niet altijd eens over wat dat precies inhield. Ze verschilden bijvoorbeeld van mening over of iedereen zou verrijzen, en of de verrijzenis zowel het lichaam als de ziel betrof.

Wat bedoelt Martha dan als ze tegen Jezus zegt dat God Hem alles zal geven wat Hij vraagt? Vraagt ze Jezus eigenlijk om Lazarus uit de dood op te wekken? Het gesprek dat volgt, lijkt dit uit te sluiten. Als Jezus antwoordt: “Je broer zal uit de dood opstaan,” zegt zij: “Ik weet dat hij bij de opstanding op de laatste dag zal opstaan.” Martha gelooft in de verrijzenis op de laatste dag, maar nu haar broer dood in een graf ligt, spreekt ze toch niet alsof alles nu al voorbij is. Het lijkt erop dat ze iets gelooft, maar op hetzelfde moment verder gaat, uitstijgt boven wat ze bewust gelooft, vanwege haar ervaringen met Jezus.

Jezus’ antwoord aan Martha is één van de meest verrassende, meest indrukwekkende uitspraken in heel het evangelie. “Ik ben de opstanding en het leven,” zegt Jezus haar. Jezus brengt de verrijzenis binnen in de tegenwoordige tijd: “Ik ben.” Deze woorden zijn heel speciaal, omdat ze herinneren aan Gods woorden tot Mozes in Exodus 3, vanuit het brandende braambos: “Ik ben die is.” Diezelfde God is, hier en nu, werkzaam en aanwezig in Jezus. Daarna zegt Jezus: “Wie in Mij gelooft zal leven, ook wanneer hij sterft, en ieder die leeft en in Mij gelooft zal nooit sterven.” Dat is voor ons niet gemakkelijk te begrijpen, maar het wordt misschien duidelijker als we beseffen dat het woord ’sterven’ hier op twee verschillende manieren wordt gebruikt. De eerste keer (’wanneer hij sterft’) verwijst het naar de lichamelijke dood. De tweede keer (’hij zal nooit sterven’), verwijst het naar de dood als het definitieve afscheid van God en van het leven, nadat je lichamelijk bent gestorven. Als je in Mij gelooft, zegt Jezus, zul je hier en nu al een nieuw leven beginnen. De verrijzenis is niet alleen voor later, als je sterft. En als je sterft, zul je niet worden gescheiden van God en ook niet van het leven; dus zul je blijven leven.

“Geloof je dat?”, vraagt Jezus. Martha antwoordt bevestigend, maar gaat dan verder, waarbij ze niet zozeer verwijst naar wat Hij zojuist heeft gezegd, maar meer naar wie Hij in haar ogen is. Ja, zegt ze, “Ik geloof dat u de messias bent, de Zoon van God die naar de wereld zou komen”. Jezus draait er niet om heen. Hij spreekt tot ons over heel belangrijke dingen. Maar wees je ervan bewust dat deze dingen zich op de uiterste grens bevinden van wat we ons kunnen voorstellen en kunnen geloven. Laat God je daarin binnenleiden, stap voor stap, zoals Hij dat bij Martha en Maria deed.

- Hoe zou jij Martha’s geloof beschrijven? Wat zag zij in Jezus dat haar op deze manier tegen Hem deed spreken?

- Waar bevind jij je op je geloofsweg als het gaat om de verrijzenis? Helpt dit verhaal je om een volgende stap te zetten? Zo ja, welke stap is dat?



Andere bijbelteksten met uitleg:

Printed from: http://www.taize.fr/nl_article173.html - 21 January 2021
Copyright © 2021 - Ateliers et Presses de Taizé, Taizé Community, 71250 France