Bijbelteksten met uitleg

Hieronder wordt een bijbeltekst voorgesteld om het zoeken naar God ook in het dagelijks leven door stilte en gebed te ondersteunen. Neem tijdens de dag wat tijd om in stilte de voorgestelde bijbeltekst te lezen met de korte uitleg en vragen. Vervolgens kun je in een kleine groep van 3 à 10 personen samenkomen om kort met elkaar te delen wat ieder ontdekt heeft. Dit kan eventueel afgesloten worden door een tijd van gebed.

JPEG - 31.8 kB

De bijbeltekst op deze pagina is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.
2019

November

Gastvrijheid in vijandig gebied: Johannes 4:4-15
Jezus moest door Samaria heen. Zo kwam hij bij de Samaritaanse stad Sichar, dicht bij het stuk grond dat Jakob aan zijn zoon Jozef gegeven had, waar de Jakobsbron is. Jezus was vermoeid van de reis en ging bij de bron zitten; het was rond het middaguur. Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’ Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om. Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’ ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen? U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’ ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ ‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’ (Johannes 4:4-15)

’Joden gaan niet met Samaritanen om.’ Vanwege het ontbreken van diplomatieke relaties, raadde de overheid reizen door Samaria af. Door toch door Samaria te gaan, neemt Jezus een risico. De kloof tussen de twee volken was diep. Volgens het evangelie van Matteüs zei Jezus: ’Bezoek geen Samaritaanse stad!’ (Matt 10:5).

Lucas vertelt over een gebeurtenis die deze raad zou kunnen rechtvaardigen: als Jezus halt wil houden in een Samaritaans dorp, willen de inwoners Hem niet ontvangen (Luc 9:51-56). En volgens het evangelie van Johannes is één van de ergste beledigingen die Joden elkaar kunnen toewensen, dat ze ’een Samaritaan zijn’. (Joh 8:48).

Wat een contrast met dit verhaal over de ontmoeting bij de bron van Jakob! Jezus reist niet alleen zonder problemen door Samaria, maar Hij wordt er goed ontvangen en blijft er twee dagen. Vanuit historisch oogpunt is het niet zo waarschijnlijk dat vele inwoners in Hem gingen geloven, zoals Johannes zegt (Joh 4:39): volgens de Handelingen van de apostelen gebeurde het pas enkele jaren later dat ’de inwoners van Samaria het woord van God hadden aanvaard’ (Hand 8:14).

Maar Johannes schrijft, zoals zovele bijbelse auteurs, ’profetisch’: Hij verenigt in één verhaal de korte reis van Jezus in Samaria en de ontvangst die zijn leerlingen daar later zullen beleven. Deze eerste leerlingen waren Joden zoals Jezus, die uit Jeruzalem naar Samaria werden verbannen omdat ze in Hem geloofden.

Tegen het einde van de eerste eeuw, de tijd waarin Johannes schreef, waren veel vervolgde christenen gedwongen om gastvrijheid te vragen in het buitenland. Het was dus bemoedigend om te vertellen dat Jezus zelf dit ook had gedaan. Johannes verbergt hierbij niet dat het ook voor Jezus een moeilijke ervaring was om gastvrijheid te moeten vragen in vijandelijk gebied.

Bij de Jakobsbron laat de Samaritaanse vrouw Hem eerst duidelijk blijken dat Hij niet per se welkom is. Zij laat Hem voelen dat zij het is die zal besluiten of Hij te drinken krijgt of niet. Ze spot een beetje met Hem: ’U hebt niet eens een emmer!’ Jezus laat zich niet van zijn stuk brengen door haar insinuaties. Hij draait langzaam de rollen om. Hij die begint met een vraag om minimale gastvrijheid – een beetje water – wordt in de loop van het gesprek degene die een grenzeloze gastvrijheid aanbiedt: een bron die nooit opdroogt.

Het is niet gemakkelijk om naar iemand toe te gaan met wie we geen relatie hebben. Het is veel gemakkelijker om gastvrijheid te bieden dan er vanuit onze armoede om te moeten vragen. Maar Jezus toont ons de weg: door onszelf afhankelijk te maken van de gastvrijheid van hen die ons nog vreemd zijn, wordt het voor ons uiteindelijk mogelijk ook hen gastvrijheid aan te bieden.

- Waarom neemt Jezus het risico om afhankelijk te zijn van gastvrijheid in vijandig gebied?

- Wat is volgens jou kenmerkend voor het geven van gastvrijheid, en wat voor het ontvangen ervan?

- Voel jij je meer op je gemak als je gastvrijheid aanbiedt of als je die ontvangt? Hoe voel je je als je zelf om gastvrijheid moet vragen?



Andere bijbelteksten met uitleg:

Printed from: http://www.taize.fr/nl_article173.html - 20 November 2019
Copyright © 2019 - Ateliers et Presses de Taizé, Taizé Community, 71250 France