Mgr. Daucourt, bisschop van Nanterre (Frankrijk)

Oecumene is in de eerste plaats een uitwisseling van gaven

Mgr. Gérard Daucourt, bisschop van Nanterre en lid van de Pauselijke Raad voor de bevordering van de eenheid van de christenen, kende frère Roger goed. In een artikel dat op 16 augustus 2006, een jaar na zijn dood, verscheen in de Franse krant La Croix, beschrijft hij hoe vurig de stichter van Taizé zich wijdde aan de verzoening.

“De prior van Taizé was vervuld van een verlangen naar verzoening dat hem tot in het diepst van zijn wezen raakte en dat hem ertoe bracht om scheidingsmuren te doorbreken.”

Op 16 augustus 2005, toen frère Roger, terwijl hij te midden van zijn broeders en duizenden jongeren zat te bidden, het slachtoffer werd van een absurde geweldsdaad, werd Taizé getroffen in het hart van haar roeping, op de plaats waarvan de naam herinnert aan die roeping: de kerk van de Verzoening.

“In mijn jeugd, schreef frère Roger, verbaasde het me dat christenen, die toch geloofden in een God van liefde, zoveel energie staken in het rechtvaardigen van hun onderlinge tegenstellingen. Daarom was ik ervan overtuigd dat het noodzakelijk was om een gemeenschap op te richten waar men ernaar zou streven om elkaar te begrijpen en zich steeds weer met elkaar zou verzoenen, om zo een kleine ‘gelijkenis van gemeenschap’ zichtbaar te maken.”

Het vervolg is bekend: aangetrokken door de eenvoud van het gebed en het leven van de gemeenschap en geraakt door het vertrouwen van de broeders, komen elk jaar tienduizenden jongeren naar Taizé om hun vragen, zorgen en hoop te delen en te ontdekken dat Christus hen liefheeft. Om te leren leven in de gemeenschap van de Kerk en om uit te groeien tot vredestichters.

Zo proberen de gemeenschap en de jongeren samen de verzoening zichtbaar te maken waartoe Christus ons roept: verzoening tussen christenen onderling en tussen alle mensen op aarde. De broeders gaan geenszins voorbij aan de moeizame theologische dialoog, noch aan de officiële en vaak veelbetekenende ontmoetingen tussen leiders van verschillende kerken. Maar het is allereerst hun roeping om het Goede Nieuws te brengen aan jonge mensen en om hen te helpen dat Goede Nieuws van binnenuit te ervaren.

Frère Roger was vervuld van een verlangen naar verzoening dat hem tot in het diepst van zijn wezen raakte en dat hem ertoe bracht scheidingsmuren te doorbreken. Hij deelde zijn overtuiging en zijn persoonlijke ervaringen op zijn geloofsweg op bescheiden wijze met anderen: “Ik vond mijn eigen christelijke identiteit door in mijzelf een verzoening tot stand te brengen tussen het geloof van mijn wortels en het mysterie van het katholieke geloof, zonder de verbondenheid met wie dan ook te verbreken.” Sommige theologen fronsten bij deze uitspraak hun wenkbrauwen, anderen zeiden dat frère Roger geen verstand had van theologie. Sommige kerkelijke leiders zagen liever dat hij een meer ‘officiële’ en in hun ogen duidelijkere kerkelijke identiteit aannam.

Frère Roger had het Lichaam van Christus in zijn geheel lief en liet dat door heel zijn leven heen merken. Zonder zijn afkomst te verloochenen en zonder zich tegen wie dan ook te verzetten, wilde hij in zichzelf alles verenigen en verzoenen wat de ene Heer schenkt aan de toch zo verdeelde kerken. Hij erkende de noodzaak van een universeel ambt van de paus en sloot zich ook aan bij het eucharistische geloof en de praktijk daarvan in de katholieke kerk. Maar tegelijkertijd liet hij zich voeden door de rijkdom die de Heer aan de orthodoxe en protestantse kerken schenkt. Niet zonder spanning of pijn, belichaamde hij met heel zijn wezen de verzoening tussen de kerken. Kunnen wij volstaan met het zonder oordeel kennis nemen van zijn weg, terwijl we onszelf wijsmaken dat het hier gaat om een uitzondering en zoeken naar redenen waarom deze weg niet is na te volgen?

Durven we ons op zijn minst te laten bevragen? Zouden we ons niet afvragen of deze ‘uitzondering’ op een dag niet meer zo uitzonderlijk lijkt, of de weg van frère Roger wegen zou kunnen openen voor vele anderen? Als we naar frère Roger luisteren, beseffen we dat onze verdeeldheid in strijd is met de wil van Christus, dat oecumene een uitwisseling van gaven betekent, dat we elkaar nodig hebben, dat verzoening niet alleen bestaat uit een vreedzaam naast elkaar leven, maar uit vertrouwen, wederzijdse verrijking en samenwerking. Dan zullen we er misschien achter komen hoe we onze kerken kunnen helpen om zich minder terug te trekken in hun eigen hokjes. Ik zeg dit op persoonlijke titel, omdat de broeders van Taizé nooit anderen de les willen lezen en zeker geen ‘geestelijke leraren’ willen zijn, zelfs niet op het gebied van de oecumene. Toen Johannes Paulus II in 1986 Taizé bezocht, zei hij tegen de broeders dat de roeping van hun gemeenschap “een zekere vorm van voorlopigheid inhoudt”. In zijn bijzondere boek over Taizé spreekt professor Olivier Clément over een “voortdurende staat van beginnen”.

De gewelddadige dood van frère Roger, in het hart van de roeping van Taizé, maakt deel uit van deze “dynamiek van het voorlopige”. Bij monde van hun nieuwe prior, laten de broeders van Taizé ons weten dat ze zichzelf niet als de enige spelers in die dynamiek beschouwen: “Wij zijn eenvoudige mensen, die de gemeenschap van de Kerk nodig hebben om verder te komen in het geloof.” Frère Alois en zijn medebroeders gaan verder op de weg die frère Roger uitstippelde. In en door hun leven wordt iets zichtbaar van de eenheid van de Kerk. Tegelijkertijd helpen ze jonge mensen om samen de bronnen van hun geloof te ontdekken en te verdiepen.

In reactie op een artikel dat op 6 september 2006 in Le Monde werd gepubliceerd, gaat Mgr. Daucourt in op de stelling dat frère Roger zich tot het katholicisme zou hebben bekeerd.

Frère Roger zou zich hebben bekeerd tot het katholicisme. De pausen en de bisschoppen van Autun zouden het hebben geweten en er niets over hebben gezegd (Le Monde, 6-9-2006).

In de officiële documenten van de katholieke kerk voor mensen die al zijn gedoopt, wordt niet gesproken over een bekering tot het katholicisme, maar over de toelating tot de volledige gemeenschap van de katholieke kerk. Er zijn verschillende manieren om deze stap te zetten, maar in ieder geval is er altijd een schriftelijke, ondertekende verklaring voor nodig. Zo’n verklaring bestaat absoluut niet als het om frère Roger gaat. Hij erkende, samen met zijn broeders, het universele ambt van de paus. Hij deelde de katholieke geloofsopvatting over het ambt en de eucharistie. Hij vereerde de maagd Maria. Hij wilde leven vanuit zijn geloof, zonder met wie dan ook te breken. Dat was de positie die hij – niet zonder innerlijke strijd – probeerde in te nemen, in de hoop op een spoedig herstel van de zichtbare eenheid van alle christenen. Je kunt deze positie waarderen of tegenspreken, maar hoe is het mogelijk dat je je laat aanpraten dat frère Roger mensen zou hebben bedrogen door een heimelijke, officiële bekering tot het katholicisme?

Hij ontving de communie uit handen van paus Johannes Paulus II en kardinaal Ratzinger? Meer dan dertig jaar geleden ontving hij die van kardinaal Wojtyla in Krakau en van de bisschop van Autun. Daar is niets bijzonders aan. Het katholieke kerkrecht geeft iedere bisschop de bevoegdheid om mensen toe te laten tot de eucharistie, regulier of bij uitzondering, pas gedoopt of gedoopt in een andere kerk.

Ik ben al 40 jaar nauw bevriend met Taizé, ik heb sinds het begin van zijn episcopaat contact onderhouden met Mgr. Le Bourgeois voor oecumenische vragen en ik was 7 jaar lang verantwoordelijk voor de betrekkingen tussen Taizé en het Vaticaan in de Pauselijke Raad voor de Eenheid. Ik heb kunnen constateren dat Mgr. Le Bourgeois, de pausen Paulus VI en Johannes Paulus II en de kardinalen Ratzinger en Kasper het objectieve en openbare karakter van frère Rogers verbondenheid met het katholieke geloof erkenden. Uit respect voor zijn spirituele weg, vroegen ze niet meer van hem dan wat hij al deed en bleven regelmatig in contact en in dialoog met hem en zijn gemeenschap.

Hoe kun je spreken over een ‘raadsel’ (Le Monde, 6 september 2006) en dan ook nog pretenderen dat je de oplossing ervan hebt gevonden, terwijl je je baseert op de informatie van Yves Chiron (zie zijn blad Aletheia nr. 95, 1-8-2006), een historicus die hypotheses uitwerkt? Wie zoiets doet, is er niet in geslaagd om de informatie die hij kreeg goed te interpreteren. Deze informatie komt immers totaal niet overeen met de persoonlijkheid van frère Roger, noch met de geschiedenis van Taizé en de relatie die deze gemeenschap onderhoudt met de kerken.

Mgr. Séguy spreekt over ‘dubbelzinnigheid’ omdat de stap van frère Roger vragen bij hem oproept. Gedurende zijn episcopaat in Autun respecteerde hij die stap, net zoals men dat in Rome deed.

Frère Roger heeft miljoenen jongeren en volwassenen de weg gewezen en voor hen de poort geopend naar een oecumene die eerst en vooral een uitwisseling van gaven is. Sommige mensen kunnen weigeren om zich te laten bevragen door zijn originele, maar ook veeleisende en onzeker makende positie. Anderen kunnen zijn positie bestrijden. Maar ook van deze mensen mag je toch op zijn minst verwachten dat ze zijn houding en instelling terdege zouden kennen.

7 september 2006

+ Gérard DAUCOURT,
bisschop van Nanterre,
lid van de Pauselijke Raad voor de bevordering van de eenheid van de christenen

Printed from: http://www.taize.fr/nl_article3881.html - 21 January 2021
Copyright © 2021 - Ateliers et Presses de Taizé, Taizé Community, 71250 France