Jezus zei: “Kom naar mij, jullie die vermoeid zijn en onder lasten gebukt gaan, dan zal ik jullie rust geven. Neem mijn juk op je en leer van mij, want ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Dan zullen jullie werkelijk rust vinden, want mijn juk is zacht en mijn last is licht.’ (Matteüs 11:28-30)
In zekere zin zijn wij allemaal vermoeid en overbelast. Wij kunnen gebukt gaan onder de last van onze armoede: de zwakheden die wij diep verborgen in ons meedragen en die ons angst inboezemen. Uit de woorden die Jezus in deze tekst spreekt, blijkt dat Hij zich niet laat afschrikken door die zwakheden, maar ze juist verwelkomt. “Kom naar mij”, zegt Hij, zoals Hij later zal zeggen: “Belet de kinderen niet bij Mij te komen, want het koninkrijk van de hemel behoort toe aan wie is zoals zij” (Matteüs 19:14).
Jezus lijkt ons aan te sporen om onze zwakheden aan God aan te bieden, omdat Hij de enige is die ze op de juiste manier kan bekleden. Door onze onmogelijkheden te aanvaarden, neemt Christus juist dat deel van onszelf op zich, waar wij het meeste moeite mee hebben.
Het aanbod van Jezus reikt zelfs nog verder: onze schouders blijven niet lang onbelast. Zodra wij de last die erop rustte aan Hem hebben toevertrouwd, geeft Hij ons er een andere voor in de plaats, die zelfs nog zwaarder lijkt… Jezus noemt deze last een ‘juk’: een groot stuk hout dat twee ossen met elkaar verbindt, zodat ze samen kunnen ploegen of een kar trekken.
In plaats van alles alleen te moeten dragen, worden wij nu betrokken in een gezamenlijke inspanning. Samen met Christus als os in een tweespan lopen, dat is toch wel een heel bijzonder beeld! Het herinnert aan de profeet Jesaja, waar hij spreekt over een lijdende dienstknecht die de schuld van anderen op zich neemt.
De inspanning van het samen dragen, verbindt ons met God. Hij laat zich niet alleen niet afschrikken door onze zwakheden, maar Hij nodigt ons zelfs uit om met Hem mee te werken aan de verlossing van de wereld! God wil de mens bevrijden door zijn last te dragen, zeker ook als het gaat om een zware last van schuldgevoelens die wij onszelf hebben opgelegd.
Die bevrijding kunnen we niet voor onszelf bewerken. Als je jezelf wilt dragen, word je al snel een karikatuur van jezelf: zo bezorgd over je eigen zaken dat je anderen vergeet of, erger nog, hen gaat belasten met jouw ellende. Als we goed luisteren naar wat Jezus hier zegt, blijkt dat het er eerder om gaat dat wij onze lasten afleggen en de last die Christus ons ervoor in de plaats geeft, aanvaarden. Wij moeten dus een last op ons nemen die ons, vreemd genoeg, juist verlicht.
Die ’uitwisseling van lasten’ brengt ons bij de kern van de betekenis van Jezus’ leven. In de eerste eeuwen durfden de christenen het als volgt te verwoordden: Christus heeft onze menselijkheid aangetrokken om ons te bekleden met zijn goddelijkheid. Zo maakt Hij ons tot koningen die niets anders moeten doen dan de lasten dragen van de kleinen.
Als wij willen dat de mens niet langer slachtoffer is van zichzelf, moeten wij dus onze nek uitsteken en onze schouders eronder durven zetten. Dat is een koninklijke dienst, het begin van de grote bevrijding. Dàt is de komst van het Hemels Koninkrijk.
Zijn er in jouw leven lasten die je voor anderen moet dragen? Zie je daarin een verband met het ‘juk’ van Christus?
Hoe kunnen wij meer leven vanuit zorg en aandacht voor anderen? Hoe kunnen wij in onze relaties uitdrukking geven aan de liefdevolle verbondenheid tussen alle mensen?