Bijbelteksten met uitleg

Hieronder wordt een bijbeltekst voorgesteld om het zoeken naar God ook in het dagelijks leven door stilte en gebed te ondersteunen. Neem tijdens de dag wat tijd om in stilte de voorgestelde bijbeltekst te lezen met de korte uitleg en vragen. Vervolgens kun je in een kleine groep van 3 à 10 personen samenkomen om kort met elkaar te delen wat ieder ontdekt heeft. Dit kan eventueel afgesloten worden door een tijd van gebed.
2010

Maart

1 Korintiërs 2:12: Gods gaven kennen
Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid heeft geschonken.
(1 Korintiërs 2:12)

Arme Korintiërs! Ze dachten dat ze het hadden begrepen. Paulus had hen bezocht. Hij had lang in hun stad verbleven. Hij had hun gemeenschap gesticht. Zijn manier van spreken beviel hen. Zij hadden enkele van de zorgvuldig geformuleerde en makkelijk te memoriseren stellingen uit zijn prediking onthouden. Daarna was de apostel vertrokken. Er kwamen andere predikers langs. En zo ontstond er verwarring in hun gedachten. Enkele Korintiërs voelden zich genoodzaakt om Paulus te schrijven met vragen over bepaald gedrag, dat zij niet in overeenstemming achtten met het evangelie. Verder vroegen ze hem om enkele onduidelijkheden en omstreden punten toe te lichten en meer te vertellen over de manier waarop zij samen moesten leven en bidden.

Paulus geeft hen antwoord in de eerste brief aan de Korintiërs. Hij noemt hierin verschillende ‘slogans’ die kennelijk de ronde deden in Korinte: “Alles is toegestaan” (6:12); “Het voedsel is er voor de buik en de buik is er voor het voedsel” (6:13); “Wij bezitten allen kennis” (8:1); “Het is goed dat een man geen gemeenschap met een vrouw heeft” (7:1).

Geconfronteerd met die simplistische slogans, probeert Paulus andere middelen van onderscheid aan te reiken. Ja, hij heeft de Korintiërs zeker verteld dat zij niet meer onder de Wet staan, dat alle voedsel rein is. En ja, hij heeft ook gezegd dat zij vast staan in de kennis van God, en hij heeft hen het celibaat aangeprezen. Waarschijnlijk heeft hij hen ook nog verzekerd dat zij reeds met Christus zijn opgestaan. Maar al deze waarheden, door de Korintiërs gereduceerd tot slogans, kun je slechts begrijpen en beleven in relatie met anderen. Zonder een diepgaande omvorming van heel ons wezen, begrijpen wij niets van wat God ons heeft gegeven. Zij die zijn binnengegaan in “de gedachten van Christus” (2:16) zien zichzelf niet meer als het middelpunt van de werkelijkheid. Zij weten dat zij aan God toebehoren (3:21-23). Nu zij zijn geheiligd, weten zij ook dat ze “geroepen worden om zijn heiligen te zijn” (1:2) en dus geen enkele reden hebben om in zelfgenoegzaamheid te verzinken. Zij beseffen dat de gaven die zij hebben ontvangen, bedoeld zijn tot opbouw van de gemeenschap en niet tot zelfverheffing in een sfeer van rivaliteit en concurrentie (8:1; 14:4).

Paulus wil de Korintiërs helpen om Gods gaven daadwerkelijk te leren kennen (2:12). Het is opvallend dat hij niet veel sturender is in zijn bewoordingen. Hij is zich er ongetwijfeld van bewust dat hij zichzelf tegenspreekt door een nieuwe wet voor te schrijven. Hij wil echter dat de christenen van Korinte zelf leren nadenken en zich die fijnzinnigheid eigen maken (Filippenzen 1:9) waardoor het mogelijk wordt om zich te bewegen en te groeien in die ene werkelijkheid die nooit zal vergaan (13:8).

- Wat zou er veranderen in de manier waarop het christelijk geloof wordt verstaan en aangeboden, als Paulus veel sturender was geweest in zijn omgang met de christenen van Korinte?

- Hoe kunnen ons hart en onze geest zo worden omgevormd dat wij Gods gaven daadwerkelijk leren kennen?



Andere bijbelteksten met uitleg:

De bijbeltekst op deze pagina is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004.