Méditations mensuelles
Wat zoeken julllie?
Johannes 1:35-42“Wat zoeken jullie?” Dit zijn de eerste woorden van Jezus in het evangelie van Johannes. De vraag is gericht aan de eerste twee leerlingen. Zij vertegenwoordigen de eerste Christenen en iedereen die Jezus wil volgen.
De tekst begint met Johannes de Doper, die heel intens verlangt naar de komst van Christus. Doordat hij actief de komst van Christus verwacht, ziet hij de gebeurtenissen op een dieper niveau. Johannes de Doper werpt niet gewoon maar een vluchtige blik op Jezus als hij langs loopt, nee, hij probeert het mysterie te doorgronden van deze man die voorbij komt, en hij wil dat zijn leerlingen hetzelfde doen.
Door Jezus “Lam van God” te noemen, laat hij zien dat hij Jezus beschouwt als degene die Gods woorden en beloftes vervult. Net als bij de lijdende dienaar bij Jesaja, die de wandaden van Gods volk op zich neemt, en – ondanks het feit dat hij onschuldig is – wordt geslacht als een lam (zie Jesaja 51:13 – 53:12), en bij het paaslam dat het symbool wordt van Israëls bevrijding (zie Exodus 12:1-28) betekent het feit Jezus uit liefde zijn leven geeft, de verlossing van alle mensen. Het verrassende is dat Jezus als een lam komt, een schepsel dat eenvoudig en nederig is, om zo de wereld te redden.
Jezus loopt voorbij. Net als in veel andere passages in het Nieuwe Testament wordt Jezus gezien als een pelgrim. Hij staat er niet maar ‘gewoon te staan’: hij weet dat zijn leven doel en zin heeft. Als je hem wilt leren kennen, moet je hem volgen.
De twee leerlingen van Johannes aarzelen geen moment. Ze horen, ze kijken en ze volgen. Is dit niet de manier waarop het geloof wordt doorgegeven? We horen het goede nieuws over Jezus, we zien de manier waarop de Christelijke gemeenschap leeft en we besluiten hem te volgen. Anders dan de eerste leerlingen in de andere evangeliën, zijn deze leerlingen van Johannes al op zoek. In dat opzicht lijken ze veel op talloze mensen in onze huidige tijd.
Jezus merkt dat hij gevolgd wordt. Het is een cruciaal moment. Hij draait zich om en vraagt: “Wat zoeken jullie?” Dit is een fundamentele en universele vraag – niet alleen voor Christenen, maar voor elk mens. We leven in een wereld waar je uit bijna oneindig veel mogelijkheden kunt kiezen. Maar weten we echt wat we zoeken? Kennen we ons eigen diepste verlangen? Het lijkt een eenvoudige vraag, maar als je hem serieus neemt, kan het antwoord levensveranderend zijn.
Ook vraagt Jezus dit aan twee mensen die al een ‘meester’ hebben, namelijk Johannes de Doper. Hij vraagt dus eigenlijk ook: waarom wil je je eerste meester verlaten? Wat zie je in mij? Wat maakt mij anders? Wat heb ik je te bieden?
Jezus neemt de twee mannen serieus en laat hen zeggen waar ze naar verlangen. Misschien werkt het wel zo: als we serieus worden genomen en iemand naar ons luistert, kan er iets in ons getransformeerd worden. De leerlingen antwoorden met een wedervraag: “Rabbi, waar logeert u?”
Hierbij gaat het niet om waar Jezus woont; ze vragen niet naar zijn adres. De vraag begint met het woord “rabbi (meester)”, wat aangeeft dat zij Jezus zien als een gids, dat Jezus hun iets te leren heeft en dat zij bereid zijn om datgene te doen wat nodig is om hem te volgen. In bijbels taalgebruik betekent “volgen” veel meer dan achter iemand aan gaan. Het betekent met iemand samenleven, deze persoon zeer na leren kennen, tot het punt dat je net als hem of haar wilt zijn..
In het evangelie van Johannes hebben de woorden “logeren, verblijven, blijven” een speciale betekenis. Als je weet waar iemand verblijft weet je ook waar iemands leven is geworteld. Jezus zegt op een gegeven moment tegen zijn leerlingen: “[...] je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf.” (Johannes 15:10) Jezus blijft in de liefde van zijn Vader; waar hij verblijft is in de liefde die hem verbindt met zijn Vader. Dit is het geheim van zijn leven, wat het betekenis geeft. Als de leerlingen vragen: waar logeert u, dan vragen ze eigenlijk om deel uit te mogen maken van de unieke relatie tussen Jezus en God.
De reactie van Jezus naar zijn leerlingen is “kom maar mee, dan zul je het zien”. Als zij deel willen uitmaken van de unieke ruimte waar Jezus verblijft, moeten ze een risico nemen – het risico om vertrouwen te hebben, om te geloven. In de taal van het evangelie van Johannes is het naar Jezus toegaan of naar hem toekomen synoniem met in hem geloven. Geloven is in de allereerste plaats een antwoord, het naar iemand toegaan. Geloof zet ons leven in beweging; door het geloof kunnen we volgen.
De evangelist vertelt ons dat de leerlingen die dag bij Jezus bleven. Waar hadden ze het over? We weten het niet. Wat we wel weten is dat deze ontmoeting met Jezus hun leven transformeerde. Voor iemand die zijn leven wil openen, kan er een ontmoeting plaatsvinden met iemand die de loop van de geschiedenis verandert..