Monthly Bible
Commentaries
Jezus, bemiddelaar tussen God en mensen
1 Timoteüs 2:3-6In deze passage uit deze eerste brief aan Timoteüs van Paulus wordt de lezerallereerst herinnerd aan Gods uiteindelijke plan, namelijk het universele heil voor alle mensen: God "wil dat alle mensen worden gered en de waarheid leren kennen". Dit heil komt tot stand doordat Christus zijn leven voor ons geeft: hij is degene, aldus Paulus, die “zijn leven heeft gegeven als losgeld voor allen.”
Om duideljk te maken hoe deze bevrijding plaatsvindt, geeft Paulus een biijzondere titel aan Christus een bijzondere titel: hij noemt hem de "ene middelaar tussen God en mensen." Bij het woord "bemiddelaar” denken veel mensen direct aan een scheidsrechter of een onderhandelaar die ervoor zorgt dat de partijen in gesprek gaan.
Toch is Jezus geen scheidsrechter die tussen God en ons in staat. En hij is ook geen bemiddelaar die God dichter bij de mens moet brengen. Het is niet zo dat God aan de ene kant staat - oneindig heilig - en de mens aan de andere kant - zondig en van God vervreemd. En dat Jezus dan in het midden staat, de kloof overbrugt en boodschappen tussen beiden overbrengt.
Want als Jezus slechts een externe partij zou zijn, die tussen God en ons in staat, dan zou hij buiten beiden blijven staan. Goed, hij zou kunnen worden ontvangen als een gezant, een woordvoerder, misschien als de grootste onder de profeten — maar hij zou niet, in zijn diepste zijn, de ontmoeting zijn. Paulus zegt niet dat Christus tussen God en de mensen staat. Het voorzetsel "tussen" komt in de oorspronkelijke Griekse tekst niet voor, hoewel het in veel vertalingen in moderne talen wordt gebruikt.
Eigenlijk zou de oorspronkelijke grammaticale constructie in het Grieks beter weergegeven kunnen worden als "bemiddelaar van God en mensen", dus met een genitiefconstructie in plaats van een voorzetsel dat verschillende betekenissen kan hebben. Het is een mogelijke vertaling, maar niet de enige mogelijke vertaling. En het nadeel van deze vertaling is dat daarmee het beeld ontstaat van iemand die als het ware op een brug tussen twee oevers staat. Maar Jezus staat niet op een brug: hij is de brug.
Bovendien benadrukt Paulus meteen dat Christus zelf mens is. En dat is geen biografisch detail, maar laat juist zien dat de bemiddelaar in wie hij is de gemeenschap tussen God en de mensheid belichaamt. Door zijn leven, zijn kruis en zijn opstanding slecht Christus de barrière. Hij is niet alleen Gods vertegenwoordiger onder de mensen, en ook niet alleen bemiddelaar van de mens voor God, maar ín wie hij is, is hij de plaats waar God en mensheid één worden.
Zoals in de traditie van de kerk later dit mysterie van de menswording zou worden uitgedrukt: Christus is waarachtig God en waarachtig mens; hij is geen mengvorm van allebei of een compromis ertussen, maar beide voledig verenigd, zonder verwarring of scheiding. Als Jezus bidt, doet hij dat vanuit het hart van ons menselijk bestaan; wanneer Jezus huilt, is het God die met ons meehuilt.
Dit is het getuigenis dat Christus ons geeft: deze bemiddeling is geen taak die hij van buitenaf verricht; het is wie hij ten diepste is. En wanneer wij hem ontmoeten - of dat nu in het gebed is of in de liefde tot onze naaste - dan is het God zelf die aanwezig is.
- Wanneer je aan Jezus denkt, zie je hem dan als iemand die een boodschap van God doorgeeft, of als God zelf die naar ons toekomt?
- Wanneer je aan Jezus denkt, zie je hem dan als iemand die een boodschap van God doorgeeft, of als God zelf die naar ons toekomt?
- Christus verenigt het goddelijke en het menselijke in zichzelf zonder dat een van beide verloren gaat. Hoe is dat voor jou? Heb je soms het gevoel dat je moet kiezen tussen je geestelijk leven en je heel concrete, gewone dagelijkse leven? Hoe kan het mysterie van de menswording je helpen dit bij elkaar te brengen?